Algemeen De Clans Galerij Gebeurtenissen Fouten


NO-5-NL.jpg
Roodstaarts schuld
Warriors – Novella: Redtail's Debt
Algemeen
Vertaler: Ans van der Graaff
Details
Datum van uitgave: 25 juni 2020[1]
Identificatie: ISBN 9789059247871
Uitvoering: Paperback
Hoofdstukken: 10
Pagina's: 126
Chronologie
Voorganger: Spikkelblads hart
Opvolger: De wildernis in

Roodstaarts schuld is het vijfde boek van de Novelle reeks van de Warrior Cats serie.

Toewijdingen[bewerken | brontekst bewerken]

Speciale dank aan Victoria Holmes

De samenvatting[bewerken | brontekst bewerken]

Als jonge leerling werd Roodpoot door Tijgerklauw van een havik gered. Wanneer hij eenmaal de krijger Roodstaart is, verlangt Tijgerklauw nog steeds onvoorwaardelijke trouw van hem, maar Roodstaart gaat steeds meer twijfelen...

Commentaar[bewerken | brontekst bewerken]

Binnenkort





Het verhaal

Roodpoot is samen met zijn zus Wilgpoot het mos aan het vervangen in het krijgershol. Roodpoot klaagt tegen zijn zus over Ijzelpoot en Vlekpoot die geen leerlingentaken meer zullen moeten doen omdat ze bijna krijger zijn en dat ze met tweeën als enige leerlingen zullen overschieten. Hij vertelt ook dat hij het niet leuk vond dat Muspels hem niet had meegenomen op jacht in de buurt van de Zonnerotsen. Hij herinnert zich dat Zonnester de plek te gevaarlijk vond voor leerlingen. De twee leerlingen praten verder totdat ze berispt worden door de mentor van Wilgpoot, Roosdauw. Daarna ziet Roodpoot de jachtpatrouille terugkeren, maar die gaan verslag uitbrengen bij Zonnester. Roodpoot besluit om te gaan afluisteren en hoort dat de leider akkoord gaat met Tijgerklauw om de RivierClan aan te vallen in hun kamp en om twee patrouilles mee te nemen. Een van die patrouilles zal uit leerlingen en hun mentors bestaan samen met Tijgerklauw. Op de dag van de aanval zit Roodpoot in de kraamkamer te luisteren naar Witoog die Roodpoot advies geeft voor het gevecht. Wanneer Muspels de kraamkamer binnenwandelt, gaat Roodpoot terug naar buiten. Daar ziet hij hoe Stormstaart Vlekpoot nog snel wat training geeft en Zonnester die de katten om de kruiden te eten. Tijgerklauw vraagt aan Roodpoot wat er met hem scheelt, Roodpoot vertelt over Witoog, maar Tijgerklauw zegt bot dat Witoog jaloers is omdat ze gekozen heeft om kittens te krijgen en dat de RivierClan hun niet gaat respecteren wanneer ze aarzelen. Daarna roept Blauwvacht de leerlingen en mentors bijeen en vertrekken ze.
Wanneer de patrouille op de tweebeenbrug is, horen ze de vechtende katten, de patrouille zet het op een rennen om de vechtende katten te gaan ondersteunen. Maar dan komt er een havik voorbij gevlogen. De leerlingen worden direct beschermt, en Roodpoot herinnert zich wat Muspels vertelde over haviken. Blauwvacht roept om weg te rennen richting een berkenbos, maar Roodpoot geraakt in paniek en rent de verkeerde kant op. Tijgerklauw valt de havik aan terwijl Muspels Roodpoot in veiligheid sleurt. Wanneer de havik gewond wegvliegt, wordt Tijgerklauw geëerd voor zijn tussenkomen. Roodpoot, gegeneerd door het voorval, bedankt Tijgerklauw en zegt hierbij dat hij àlles aan Tijgerklauw te danken heeft. Wilgpoot en Roodpoot blijven achter terwijl de rest van de patrouille polshoogte gaat nemen bij de vechtende patrouille. Het blijkt dat de DonderClankatten verloren hebben en ze keren terug richting het kamp. Tijdens het terug wandelen maakt Roodpoot zich zorgen over de reactie van de rest van de DonderClan, maar Tijgerklauw verzekert hem dat hij de jonge leerling zal verdedigen.
Enkele manen later is het de krijger ceremonie van Wilgpoot en Roodpoot, ze krijgen respectievelijk de namen Wilgvacht en Roodstaart. Roodstaart luistert naar de kreten van zijn Clangenoten en hoort vooral zijn ouders Addertand en Snelbries roepen. Hij herinnert zich ook de gebeurtenissen die er de afgelopen manen zijn gebeurt, zo blijkt dat Blauwvachts kittens gedood zijn door een vos en dat Taanvlek gestorven is. Blauwvacht is trouwens de nieuwe commandant geworden. Daarna gaat Roodstaart samen Tijgerklauw jagen richting de Vierboom en de grens met de WindClan wanneer ze een konijn zien. Ze willen achter het konijn aangaan maar er komt een derde kat te voorschijn. Dit blijkt Vospoot, een leerling van de WindClan, te zijn. Tijgerklauw bedreigt de leerling voor het oversteken van de grenzen. Eerst zegt Vospoot dat ze binnen de grens is, maar wanneer ze haar mentor niet ziet, slaagt ze wat in paniek. Tijgerklauw beveelt Roodstaart om de leerling aan te vallen, maar Roodstaart weigert in de eerste plaats totdat Tijgerklauw vraagt of hij nog steeds die poot is met een muizenhartje. Roodstaart, die van binnen weet dat dit over de aanval van de havik gaat, valt de leerling aan. Niet veel later komt Hertensprong eraan, die de mentor van Vospoot is. Hertensprong is woest op de twee krijgers en neemt de zwaargewonde Vospoot mee naar de WindClan, zeggend dat hij dit aan Heidester zal melden. Roodstaart en Tijgerklauw keren terug naar het DonderClankamp, waar ze alles gaan rapporteren bij Zonnester. Maar Tijgerklauw vertelt een andere versie van de feiten waarbij de WindClan geen respect heeft voor de grenzen en de leider. De kwade Zonnester beslist om hier met Heidester over te spreken op de Grote Vergadering, die dezelfde avond plaatsvindt.
Op de Grote Vergadering ontstaat er ruzie tussen de leiders. Wanneer de Vergadering eindigt, gaat Roodstaart met Hertensprong praten, hij komt te weten dat Vospoot zal genezen. Hertensprong wordt kwaad wanneer Roodstaart vertelt dat het zijn plicht was om Vospoot aan te vallen. Hertensprong antwoordt dat het zijn plicht was om Vospoot op haar fout te wijzen en terug te sturen. Hij vervolgt dat hij het wist dat Roodstaart de leerling had aangevallen omdat Tijgerklauw haar aan stukken had gescheurd, maar ook dat een goede krijger meer is dan vechten. De twee besluiten om elks hun leiders op andere gedachten te brengen om een gevecht te voorkomen. Roodstaart komt tot besef dat Hertensprong een kalme, open blik heeft wat helemaal anders is dan Tijgerklauw. In het kamp beslist Zonnester om toch de WindClan aan te vallen, Roodstaart probeert er tussen te komen maar het lukt niet.
De volgende ochtend voordat de patrouille naar de WindClan vertrekt, probeert Roodstaart Tijgerklauw nogmaals te overtuigen om met Zonnester te gaan praten. Tijgerklauw weigert en zegt dat Roodstaart nog te jong is om het te begrijpen, hierdoor wordt Roodstaart onzeker en gaat hij er niet verder op in. Wanneer ze op het WindClanterrein een helling beklimmen, komt Lappenpels naast Roodstaart lopen, vragend of alles gaat omdat het een lastige klim is voor kleine katten zoals hen. Dit vindt Roodstaart best aardig van Lappenpels en ze blijven naast elkaar lopen. In het WindClankamp staat Reesprong op wacht en ze blaast naar de DonderClankatten wat ze hier doen terwijl Espenblad naast haar komt staan. Roodstaart ziet rond in het kamp en ziet een oudste piepen van schrik, terwijl Lijsterpels Roggerank gerust stelt dat ze de jongen niets zullen aandoen. Maar dan komt Tijgerklauw te voorschijn die zijn klauwen over Roggeranks schouder haalt en haar beveelt om de kittens weg te halen zodat ze niet gewond geraken. Roggerank verstopt zich daarna samen met haar twee kittens onder een struik, terwijl Lijsterpels en Roodstaart de nesten kapot scheuren, net zoals de anderen doen bij het oudstenhol. Ondertussen vecht Tijgerklauw met Espenblad en Reesprong, zodat ze hun Clangenoten niet kunnen helpen. Blauwvacht roept om niet het hol van de medicijnkat kapot te maken, wat Roodstaart iets of wat oplucht. Daarna komt er een WindClanpatrouille hun Clan helpen en vecht Roodstaart met Pluimklauw. Hij ziet hoe Lappenpels Nootneus aanvalt en daarna hoe Langstaart zijn klauwen over Blauwvachts keel haalt. Roodstaart schiet zijn commandant te hulp en beveelt de anderen om zich terug te trekken. Roodstaart krijgt daarna ruzie met Tijgerklauw, die vindt dat ze verder hadden moeten vechten. Maar Roodstaart zegt dat echte krijgers hun Clangenoten beschermen. Eenmaal in het ravijn, zegt Tijgerklauw dat Roodstaart altijd een lafaard is geweest en zal blijven. Roodstaart zegt woedend dat hij zich wel zorgen maakt over Blauwvacht en dat hij geen trouw verschuldigt is aan Tijgerklauw, maar aan de Clan.
Weer manen later, is Blauwster leider van de DonderClan en is Roodstaart commandant geworden, iets waar Distelklauw en Tijgerklauw niet blij mee waren. Tijgerklauw en Roodstaart zitten samen in het hol van Blauwster, waar Tijgerklauw vraagt wat voor commandant Roodstaart eigenlijk is. Roodstaart antwoordt dat hij de soort commandant is die zijn Clan beschermt en dat ze Muisbont naar het medicijnkathol moesten dragen. Het blijkt dat ze de Zonnerotsen zijn kwijtgeraakt aan de RivierClan en dat dit de eerste nederlaag op eigen territorium is sinds het begin van Blauwsters leiderschap. Roodstaart voelt dat Tijgerklauw iets van plan is wanneer de ruzie eindigt. Daarna stuurt Roodstaart een jachtpatrouille uit, die bestaat uit Leeuwenhart, Witstorm en Grijspoot. Daarna kijkt hij in het kamp rond, vooraleer hij zich wendt naar de Hogesteen waar Tijgerklauw iets met Blauwster bespreekt. Roodstaart confronteert de krijger waarbij hij zegt dat hij Tijgerklauw niet zal tegenhouden, maar wel een deel van de patrouille wilt zijn.
De volgende dag smeekt Schorspoot bij Roodstaart om mee te mogen, maar Roodstaart verbiedt dit, waarop Schorspoot antwoordt dat Ravenpoot wel mee mag. Roodstaart weerlegt dat Ravenpoot niet zijn leerling is, maar Schorspoot wel. Roodstaart stuurt zijn leerling op gevechtstraining samen met Zandpoot en haar mentor Witstorm, maar hij belooft dat wanneer hij terug is, hij samen met Schorspoot op jacht zal gaan. Daarna vertrekt Roodstaart op patrouille, ze komen RivierClankatten tegen met Eikenhart als leider. Eikenhart blaast dat de DonderClan niet op de Zonnerotsen mag komen, maar Roodstaart zegt dat de RivierClan dit evenmin mag en dat dit al lang moest geregeld zijn. Hij vraagt aan Eikenhart om dit met Kromster te bespreken, maar juist op dat moment valt Tijgerklauw een kat aan en roept Roodstaart tegen Ravenpoot dat hij moet rennen. Roodstaart vecht tegen Eikenhart terwijl Tijgerklauw zijn leerling beveelt om hier te blijven en mee te vechten. Hierna vraagt Roodstaart zich af waarmee Tijgerklauw bezig is. Roodstaart vermoordt Eikenhart en twee katten nemen het lichaam Eikenhart van Eikenhart mee, terwijl andere blijven vechten. Een donkergrijze kater gooit Tijgerklauw tegen de stenen en ontbloot zijn tanden. Roodstaart die niet wilt dat er nog meer doden vallen, grijpt in en duwt de krijger de struiken in. Tijgerklauw complimenteert Roodstaart over zijn daden, maar Roodstaart vindt dat er een onnodig gevecht is gebeurt. De gewonde Ravenpoot wordt terug naar het kamp gestuurd door Tijgerklauw en niet lang daarna voelt Roodstaart een harde dreun in zijn rug waardoor hij moet liggen. Daarna voelt hij een scherpe pijn in zijn keel en voelt hij bloed. Even denkt hij dat de RivierClan is teruggekeert maar wanneer zijn zicht wazig begint te worden, ziet hij Tijgerklauw boven zich uittorenen. Roodstaart vraagt al fluisterend waarom Tijgerklauw dit gedaan heeft. Die antwoordt simpelweg dat Roodstaart in zijn weg stond en dat Roodstaart trouw had moeten blijven aan Tijgerklauw. Maar ook dat dit het beste is voor de Clan en zichzelf. Roodstaart voelt wanhoop wanneer alles zwart wordt en zijn gedachten gaan uit naar zijn leerling Schorspoot, die op hem wacht en dat hij zijn belofte dus niet kan nakomen.
Roodstaart ziet Zonnester voor hem wanneer hij zijn ogen opent. Hij vraagt of hij dood is, hierop antwoordt Zonnester dat hij vreest van wel maar dat Roodstaart dapper is geweest. Tegelijk vertelt Zonnester dat hij Roodstaart naar de SterrenClan zal begeleiden. De twee katers wandelen naast elkaar tot ze bij een vijver komen, daar ziet Roodstaart zijn spiegelbeeld, hij herinnert zich dat Spikkelblad hem had vertelt dat je in de SterrenClan leeft zoals wanneer je het gelukkigst was. Roodstaart ziet dat hij er hetzelfe uitziet maar wel met helderde ogen en hij denkt aan hoe gelukkig hij was in zijn Clan en als commandant. Dan schrikt Roodstaart op wanneer hij aan Tijgerklauw denkt, en hij zegt tegen Zonnester dat hij Roodstaart moet sturen. Zonnester antwoordt dat de Clan gered zal worden en gebaard Roodstaart naar een grotere vijver waarin hij zijn Clan ziet en een onbekende feloranje kat. Roodstaart vraagt wie die kat is en Zonnester vertelt dat Blauwster de kat zal opnemen in de DonderClan en dat hij Vuurpoot zal heten. Roodstaart herinnert zich de profetie van zijn zus en komt tot besef dat zijn Clan zal doorgaan zonder hem én dat Alleen vuur kan onze Clan redden.


Fouten[bewerken | brontekst bewerken]

  • Eikenhart wordt in het verhaal gedood door Roodstaart, terwijl hij eigenlijk sterft door vallende rotsen.[2]



Verwijzingen[bewerken | brontekst bewerken]

Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.